08 mei 2014

De crisisheffing die het kabinet heeft ingevoerd, is niet in strijd met de wet en internationale verdragen. Dat heeft de rechtbank in Den Haag woensdag bepaald.

Bezwaar

Een aantal werkgevers was naar de rechter gestapt om bezwaar te maken tegen de maatregel. Daarbij deden zij een beroep op het recht op ongestoord genot van eigendom (artikel 1 van het Eerste Protocol van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens).

Extra heffing

Werkgevers moesten over 2012 een extra heffing van 16 procent betalen over lonen boven de 150.000 euro. Dat geld gebruikte het kabinet om het begrotingstekort terug te dringen. Onder meer de KNVB en clubs in het betaalde voetbal verzetten zich tegen de crisisheffing omdat de voetbalclubs er ''onevenredig zwaar'' door zouden worden getroffen.

Begrotingstekort

De rechtbank oordeelt dat de keuze voor het pakket aan maatregelen om het begrotingstekort terug te dringen, onder andere ter voorkoming van een mogelijke boete van de Europese Unie tot 1,2 miljard euro, bij uitstek een taak van de wetgever is. De crisisheffing is slechts één onderdeel van dat pakket.

Ruime beleidsvrijheid

Daarnaast is volgens de rechtbank het kabinet niet buiten zijn boekje gegaan door de maatregel in te voeren, ook al gebeurde dat met terugwerkende kracht. Het kabinet heeft namelijk op het gebied van belastingrecht een ruime beleidsvrijheid. Dat is volgens de rechtbank in dit geval niet overschreden. De werkgevers hebben de rechter er ook niet van kunnen overtuigen dat sprake is ''van een individuele buitensporige last''. Van strijd met het internationale gelijkheidsbeginsel is ook geen sprake, aldus de rechtbank.